HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← snoeven — definition

Conjugation of snoeven

Regular CEFR B1
ˈsnu.və(n)

opscheppen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik snoef
jij / je snoeft
hij / zij / het snoeft
wij / we snoeven
jullie snoeven
zij / ze snoeven
Verleden tijd (o.v.t.)
ik snoefde
jij / je snoefde
hij / zij / het snoefde
wij / we snoefden
jullie snoefden
zij / ze snoefden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik snoeve
jij / je snoeve
hij / zij / het snoeve
wij / we snoeven
jullie snoeven
zij / ze snoeven
Aanvoegende wijs — verleden
ik snoefde
jij / je snoefde
hij / zij / het snoefde
wij / we snoefden
jullie snoefden
zij / ze snoefden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij snoef
jullie (archaïsch) snoeft

Onbepaalde vormen

Infinitief
snoeven
Tegenwoordig deelwoord
snoevend
Voltooid deelwoord
gesnoefd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary