HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← smokkelen — definition

Conjugation of smokkelen

Regular CEFR C1
ˈsmɔ.kə.lə(n)

wederrechtelijk goederen over een grens brengen om heffingen te ontduiken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik smokkel
jij / je smokkelt
hij / zij / het smokkelt
wij / we smokkelen
jullie smokkelen
zij / ze smokkelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik smokkelde
jij / je smokkelde
hij / zij / het smokkelde
wij / we smokkelden
jullie smokkelden
zij / ze smokkelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik smokkele
jij / je smokkele
hij / zij / het smokkele
wij / we smokkelen
jullie smokkelen
zij / ze smokkelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik smokkelde
jij / je smokkelde
hij / zij / het smokkelde
wij / we smokkelden
jullie smokkelden
zij / ze smokkelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij smokkel
jullie (archaïsch) smokkelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
smokkelen
Tegenwoordig deelwoord
smokkelend
Voltooid deelwoord
gesmokkeld

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary