HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← smokken — definición

Conjugation of smokken

Regular CEFR B1
/ˈsmɔ.kə(n)/

kleine plooitjes in een stof leggen en deze met allerlei siersteken vastzetten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik smok
jij / je smokt
hij / zij / het smokt
wij / we smokken
jullie smokken
zij / ze smokken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik smokte
jij / je smokte
hij / zij / het smokte
wij / we smokten
jullie smokten
zij / ze smokten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik smokke
jij / je smokke
hij / zij / het smokke
wij / we smokken
jullie smokken
zij / ze smokken
Aanvoegende wijs — verleden
ik smokte
jij / je smokte
hij / zij / het smokte
wij / we smokten
jullie smokten
zij / ze smokten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij smok
jullie (archaïsch) smokt

Onbepaalde vormen

Infinitief
smokken
Tegenwoordig deelwoord
smokkend
Voltooid deelwoord
gesmokt

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary