HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← scheppen — definición

Conjugation of scheppen

Regular CEFR B2
/ˈsxɛ.pə(n)/

met lepel of spaan een hoeveelheid materiaal uit iets (bijv. een vat) naar boven halen, of het juist daarin doen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik schep
jij / je schept
hij / zij / het schept
wij / we scheppen
jullie scheppen
zij / ze scheppen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik schiep
jij / je schiep
hij / zij / het schiep
wij / we schiepen
jullie schiepen
zij / ze schiepen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik scheppe
jij / je scheppe
hij / zij / het scheppe
wij / we scheppen
jullie scheppen
zij / ze scheppen
Aanvoegende wijs — verleden
ik schiepe
jij / je schiepe
hij / zij / het schiepe
wij / we schiepen
jullie schiepen
zij / ze schiepen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij schep
jullie (archaïsch) schept

Onbepaalde vormen

Infinitief
scheppen
Tegenwoordig deelwoord
scheppend
Voltooid deelwoord
geschapen

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary