HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← schaken — definición

Conjugation of schaken

Regular CEFR C1
/ˈsxaː.kə(n)/

ontvoeren (vooral m.b.t. vrouwen, in afgezwakte zin ook: een meisje inpalmen) Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik schaak
jij / je schaakt
hij / zij / het schaakt
wij / we schaken
jullie schaken
zij / ze schaken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik schaakte
jij / je schaakte
hij / zij / het schaakte
wij / we schaakten
jullie schaakten
zij / ze schaakten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik schake
jij / je schake
hij / zij / het schake
wij / we schaken
jullie schaken
zij / ze schaken
Aanvoegende wijs — verleden
ik schaakte
jij / je schaakte
hij / zij / het schaakte
wij / we schaakten
jullie schaakten
zij / ze schaakten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij schaak
jullie (archaïsch) schaakt

Onbepaalde vormen

Infinitief
schaken
Tegenwoordig deelwoord
schakend
Voltooid deelwoord
geschaakt

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary