HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← schakeren — definición

Conjugation of schakeren

Regular CEFR B2
/ˌsxaːˈkeː.rə(n)/

met afwisseling (van kleur) schikken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik schakeer
jij / je schakeert
hij / zij / het schakeert
wij / we schakeren
jullie schakeren
zij / ze schakeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik schakeerde
jij / je schakeerde
hij / zij / het schakeerde
wij / we schakeerden
jullie schakeerden
zij / ze schakeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik schakere
jij / je schakere
hij / zij / het schakere
wij / we schakeren
jullie schakeren
zij / ze schakeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik schakeerde
jij / je schakeerde
hij / zij / het schakeerde
wij / we schakeerden
jullie schakeerden
zij / ze schakeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij schakeer
jullie (archaïsch) schakeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
schakeren
Tegenwoordig deelwoord
schakerend
Voltooid deelwoord
geschakeerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary