HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← roepen — definition

Conjugation of roepen

Regular CEFR B1
ˈrupə(n)

met verheffing van stem de aandacht van iemand trachten te verkrijgen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik roep
jij / je roept
hij / zij / het roept
wij / we roepen
jullie roepen
zij / ze roepen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik riep
jij / je riep
hij / zij / het riep
wij / we riepen
jullie riepen
zij / ze riepen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik roepe
jij / je roepe
hij / zij / het roepe
wij / we roepen
jullie roepen
zij / ze roepen
Aanvoegende wijs — verleden
ik riepe
jij / je riepe
hij / zij / het riepe
wij / we riepen
jullie riepen
zij / ze riepen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij roep
jullie (archaïsch) roept

Onbepaalde vormen

Infinitief
roepen
Tegenwoordig deelwoord
roepend
Voltooid deelwoord
geroepen

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary