HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← rekenen — definition

Conjugation of rekenen

Regular CEFR B1
ˈreːkənə(n)

~ op vast vertrouwen op de uitkomst van een berekening of afspraak Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik reken
jij / je rekent
hij / zij / het rekent
wij / we rekenen
jullie rekenen
zij / ze rekenen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik rekende
jij / je rekende
hij / zij / het rekende
wij / we rekenden
jullie rekenden
zij / ze rekenden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik rekene
jij / je rekene
hij / zij / het rekene
wij / we rekenen
jullie rekenen
zij / ze rekenen
Aanvoegende wijs — verleden
ik rekende
jij / je rekende
hij / zij / het rekende
wij / we rekenden
jullie rekenden
zij / ze rekenden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij reken
jullie (archaïsch) rekent

Onbepaalde vormen

Infinitief
rekenen
Tegenwoordig deelwoord
rekenend
Voltooid deelwoord
gerekend

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary