HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← regeren — definition

Conjugation of regeren

Regular CEFR C1
rəˈɣeː.rə(n)

het uitoefenen van de politieke macht door het uitvaardigen van wetten en instellen van organisaties met een bepaalde opdracht Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik regeer
jij / je regeert
hij / zij / het regeert
wij / we regeren
jullie regeren
zij / ze regeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik regeerde
jij / je regeerde
hij / zij / het regeerde
wij / we regeerden
jullie regeerden
zij / ze regeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik regere
jij / je regere
hij / zij / het regere
wij / we regeren
jullie regeren
zij / ze regeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik regeerde
jij / je regeerde
hij / zij / het regeerde
wij / we regeerden
jullie regeerden
zij / ze regeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij regeer
jullie (archaïsch) regeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
regeren
Tegenwoordig deelwoord
regerend
Voltooid deelwoord
geregeerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary