HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← redeneeren — definición

Conjugation of redeneeren

Regular CEFR B2

obsolete spelling of redeneren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik redeneer
jij / je redeneert
hij / zij / het redeneert
wij / we redeneeren
jullie redeneeren
zij / ze redeneeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik redeneerde
jij / je redeneerde
hij / zij / het redeneerde
wij / we redeneerden
jullie redeneerden
zij / ze redeneerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik redeneere
jij / je redeneere
hij / zij / het redeneere
wij / we redeneeren
jullie redeneeren
zij / ze redeneeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik redeneerde
jij / je redeneerde
hij / zij / het redeneerde
wij / we redeneerden
jullie redeneerden
zij / ze redeneerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij redeneer
jullie (archaïsch) redeneert

Onbepaalde vormen

Infinitief
redeneeren
Tegenwoordig deelwoord
redeneerend
Voltooid deelwoord
geredeneerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary