HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← rangeren — definición

Conjugation of rangeren

Regular CEFR B2
/ˌrɑnˈʒeː.rə(n)/

splitsen en samenvoegen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik rangeer
jij / je rangeert
hij / zij / het rangeert
wij / we rangeren
jullie rangeren
zij / ze rangeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik rangeerde
jij / je rangeerde
hij / zij / het rangeerde
wij / we rangeerden
jullie rangeerden
zij / ze rangeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik rangere
jij / je rangere
hij / zij / het rangere
wij / we rangeren
jullie rangeren
zij / ze rangeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik rangeerde
jij / je rangeerde
hij / zij / het rangeerde
wij / we rangeerden
jullie rangeerden
zij / ze rangeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij rangeer
jullie (archaïsch) rangeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
rangeren
Tegenwoordig deelwoord
rangerend
Voltooid deelwoord
gerangeerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary