HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← rangschikken — definition

Conjugation of rangschikken

Regular CEFR C2

een bepaalde volgorde in iets aanbrengen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik rangschik
jij / je rangschikt
hij / zij / het rangschikt
wij / we rangschikken
jullie rangschikken
zij / ze rangschikken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik rangschikte
jij / je rangschikte
hij / zij / het rangschikte
wij / we rangschikten
jullie rangschikten
zij / ze rangschikten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik rangschikke
jij / je rangschikke
hij / zij / het rangschikke
wij / we rangschikken
jullie rangschikken
zij / ze rangschikken
Aanvoegende wijs — verleden
ik rangschikte
jij / je rangschikte
hij / zij / het rangschikte
wij / we rangschikten
jullie rangschikten
zij / ze rangschikten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij rangschik
jullie (archaïsch) rangschikt

Onbepaalde vormen

Infinitief
rangschikken
Tegenwoordig deelwoord
rangschikkend
Voltooid deelwoord
gerangschikt

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary