HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← rammen — definition

Conjugation of rammen

Regular CEFR C1
ˈrɑmə(n)

een opzettelijke botsing op een vijandelijk schip veroorzaken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ram
jij / je ramt
hij / zij / het ramt
wij / we rammen
jullie rammen
zij / ze rammen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ramde
jij / je ramde
hij / zij / het ramde
wij / we ramden
jullie ramden
zij / ze ramden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ramme
jij / je ramme
hij / zij / het ramme
wij / we rammen
jullie rammen
zij / ze rammen
Aanvoegende wijs — verleden
ik ramde
jij / je ramde
hij / zij / het ramde
wij / we ramden
jullie ramden
zij / ze ramden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ram
jullie (archaïsch) ramt

Onbepaalde vormen

Infinitief
rammen
Tegenwoordig deelwoord
rammend
Voltooid deelwoord
geramd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary