HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← rampeneren — definition

Conjugation of rampeneren

Regular CEFR B2
ˌrɑm.pəˈneː.rə(n)

to destroy, to demolish Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik rampeneer
jij / je rampeneert
hij / zij / het rampeneert
wij / we rampeneren
jullie rampeneren
zij / ze rampeneren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik rampeneerde
jij / je rampeneerde
hij / zij / het rampeneerde
wij / we rampeneerden
jullie rampeneerden
zij / ze rampeneerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik rampenere
jij / je rampenere
hij / zij / het rampenere
wij / we rampeneren
jullie rampeneren
zij / ze rampeneren
Aanvoegende wijs — verleden
ik rampeneerde
jij / je rampeneerde
hij / zij / het rampeneerde
wij / we rampeneerden
jullie rampeneerden
zij / ze rampeneerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij rampeneer
jullie (archaïsch) rampeneert

Onbepaalde vormen

Infinitief
rampeneren
Tegenwoordig deelwoord
rampenerend
Voltooid deelwoord
gerampeneerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary