Conjugation of raken
/ˈraːkə(n)/maakt een ergatieve constructie met een bijvoeglijk naamwoord of voltooid deelwoord Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | raak |
| jij / je | raakt |
| hij / zij / het | raakt |
| wij / we | raken |
| jullie | raken |
| zij / ze | raken |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | raakte |
| jij / je | raakte |
| hij / zij / het | raakte |
| wij / we | raakten |
| jullie | raakten |
| zij / ze | raakten |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | rake |
| jij / je | rake |
| hij / zij / het | rake |
| wij / we | raken |
| jullie | raken |
| zij / ze | raken |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | raakte |
| jij / je | raakte |
| hij / zij / het | raakte |
| wij / we | raakten |
| jullie | raakten |
| zij / ze | raakten |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | raak |
| jullie (archaïsch) | raakt |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | raken |
Tegenwoordig deelwoord
| — | rakend |
Voltooid deelwoord
| — | geraakt |