HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← rafelen — definition

Conjugation of rafelen

Regular CEFR B1
ˈraː.fə.lə(n)

van een geweven stof of touw dat deze vanaf de rand of uiteinde uit elkaar valt Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik rafel
jij / je rafelt
hij / zij / het rafelt
wij / we rafelen
jullie rafelen
zij / ze rafelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik rafelde
jij / je rafelde
hij / zij / het rafelde
wij / we rafelden
jullie rafelden
zij / ze rafelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik rafele
jij / je rafele
hij / zij / het rafele
wij / we rafelen
jullie rafelen
zij / ze rafelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik rafelde
jij / je rafelde
hij / zij / het rafelde
wij / we rafelden
jullie rafelden
zij / ze rafelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij rafel
jullie (archaïsch) rafelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
rafelen
Tegenwoordig deelwoord
rafelend
Voltooid deelwoord
gerafeld

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary