HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← praktiseren — definición

Conjugation of praktiseren

Regular CEFR C1
/ˌprɑk.tiˈzeː.rən/

in de praktijk beoefenen van een vak (zoals werken als arts of advocaat) Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik praktiseer
jij / je praktiseert
hij / zij / het praktiseert
wij / we praktiseren
jullie praktiseren
zij / ze praktiseren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik praktiseerde
jij / je praktiseerde
hij / zij / het praktiseerde
wij / we praktiseerden
jullie praktiseerden
zij / ze praktiseerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik praktisere
jij / je praktisere
hij / zij / het praktisere
wij / we praktiseren
jullie praktiseren
zij / ze praktiseren
Aanvoegende wijs — verleden
ik praktiseerde
jij / je praktiseerde
hij / zij / het praktiseerde
wij / we praktiseerden
jullie praktiseerden
zij / ze praktiseerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij praktiseer
jullie (archaïsch) praktiseert

Onbepaalde vormen

Infinitief
praktiseren
Tegenwoordig deelwoord
praktiserend
Voltooid deelwoord
gepraktiseerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary