HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← pleasen — definition

Conjugation of pleasen

Regular CEFR B1

proberen het anderen naar de zin te maken (met als doel zelf aardig gevonden te worden) Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik please
jij / je pleaset
hij / zij / het pleaset
wij / we pleasen
jullie pleasen
zij / ze pleasen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik pleasede
jij / je pleasede
hij / zij / het pleasede
wij / we pleaseden
jullie pleaseden
zij / ze pleaseden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik please
jij / je please
hij / zij / het please
wij / we pleasen
jullie pleasen
zij / ze pleasen
Aanvoegende wijs — verleden
ik pleasede
jij / je pleasede
hij / zij / het pleasede
wij / we pleaseden
jullie pleaseden
zij / ze pleaseden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij please
jullie (archaïsch) pleaset

Onbepaalde vormen

Infinitief
pleasen
Tegenwoordig deelwoord
pleasend
Voltooid deelwoord
gepleased

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary