HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← plagen — definition

Conjugation of plagen

Regular CEFR C1

iets of iemand lastigvallen, teisteren, kwellen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik plaag
jij / je plaagt
hij / zij / het plaagt
wij / we plagen
jullie plagen
zij / ze plagen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik plaagde
jij / je plaagde
hij / zij / het plaagde
wij / we plaagden
jullie plaagden
zij / ze plaagden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik plage
jij / je plage
hij / zij / het plage
wij / we plagen
jullie plagen
zij / ze plagen
Aanvoegende wijs — verleden
ik plaagde
jij / je plaagde
hij / zij / het plaagde
wij / we plaagden
jullie plaagden
zij / ze plaagden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij plaag
jullie (archaïsch) plaagt

Onbepaalde vormen

Infinitief
plagen
Tegenwoordig deelwoord
plagend
Voltooid deelwoord
geplaagd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary