HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← plaggen — definition

Conjugation of plaggen

Regular CEFR B1
ˈplɑ.ɣə(n)

plaggen afsteken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik plag
jij / je plagt
hij / zij / het plagt
wij / we plaggen
jullie plaggen
zij / ze plaggen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik plagde
jij / je plagde
hij / zij / het plagde
wij / we plagden
jullie plagden
zij / ze plagden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik plagge
jij / je plagge
hij / zij / het plagge
wij / we plaggen
jullie plaggen
zij / ze plaggen
Aanvoegende wijs — verleden
ik plagde
jij / je plagde
hij / zij / het plagde
wij / we plagden
jullie plagden
zij / ze plagden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij plag
jullie (archaïsch) plagt

Onbepaalde vormen

Infinitief
plaggen
Tegenwoordig deelwoord
plaggend
Voltooid deelwoord
geplagd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary