HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← pijnigen — definition

Conjugation of pijnigen

Regular CEFR C2
ˈpɛi̯.nə.ɣə(n)

het opzettelijk veroorzaken van pijn bij iemand; martelen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik pijnig
jij / je pijnigt
hij / zij / het pijnigt
wij / we pijnigen
jullie pijnigen
zij / ze pijnigen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik pijnigde
jij / je pijnigde
hij / zij / het pijnigde
wij / we pijnigden
jullie pijnigden
zij / ze pijnigden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik pijnige
jij / je pijnige
hij / zij / het pijnige
wij / we pijnigen
jullie pijnigen
zij / ze pijnigen
Aanvoegende wijs — verleden
ik pijnigde
jij / je pijnigde
hij / zij / het pijnigde
wij / we pijnigden
jullie pijnigden
zij / ze pijnigden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij pijnig
jullie (archaïsch) pijnigt

Onbepaalde vormen

Infinitief
pijnigen
Tegenwoordig deelwoord
pijnigend
Voltooid deelwoord
gepijnigd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary