HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← piepelen — definición

Conjugation of piepelen

Regular CEFR B2

kleineren, als een onnozele jongen behandelen en voor de gek houden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik piepel
jij / je piepelt
hij / zij / het piepelt
wij / we piepelen
jullie piepelen
zij / ze piepelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik piepelde
jij / je piepelde
hij / zij / het piepelde
wij / we piepelden
jullie piepelden
zij / ze piepelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik piepele
jij / je piepele
hij / zij / het piepele
wij / we piepelen
jullie piepelen
zij / ze piepelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik piepelde
jij / je piepelde
hij / zij / het piepelde
wij / we piepelden
jullie piepelden
zij / ze piepelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij piepel
jullie (archaïsch) piepelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
piepelen
Tegenwoordig deelwoord
piepelend
Voltooid deelwoord
gepiepeld

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary