HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← passeren — definition

Conjugation of passeren

Regular CEFR C1
pɑˈseː.rə(n)

bekrachtigen van een akte door een notaris Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik passeer
jij / je passeert
hij / zij / het passeert
wij / we passeren
jullie passeren
zij / ze passeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik passeerde
jij / je passeerde
hij / zij / het passeerde
wij / we passeerden
jullie passeerden
zij / ze passeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik passere
jij / je passere
hij / zij / het passere
wij / we passeren
jullie passeren
zij / ze passeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik passeerde
jij / je passeerde
hij / zij / het passeerde
wij / we passeerden
jullie passeerden
zij / ze passeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij passeer
jullie (archaïsch) passeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
passeren
Tegenwoordig deelwoord
passerend
Voltooid deelwoord
gepasseerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary