Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | overvoed |
| jij / je | overvoedt |
| hij / zij / het | overvoedt |
| wij / we | overvoeden |
| jullie | overvoeden |
| zij / ze | overvoeden |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | overvoedde |
| jij / je | overvoedde |
| hij / zij / het | overvoedde |
| wij / we | overvoedden |
| jullie | overvoedden |
| zij / ze | overvoedden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | overvoede |
| jij / je | overvoede |
| hij / zij / het | overvoede |
| wij / we | overvoeden |
| jullie | overvoeden |
| zij / ze | overvoeden |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | overvoedde |
| jij / je | overvoedde |
| hij / zij / het | overvoedde |
| wij / we | overvoedden |
| jullie | overvoedden |
| zij / ze | overvoedden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | overvoed |
| jullie (archaïsch) | overvoedt |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | overvoeden |
Tegenwoordig deelwoord
| — | overvoedend |
Voltooid deelwoord
| — | overvoed |