Conjugation of overschreeuwen
/ˌoː.vərˈsxreːu̯ə(n)/zo hard schreeuwen dat je jezelf of de waarheid niet meer hoort Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | overschreeuw |
| jij / je | overschreeuwt |
| hij / zij / het | overschreeuwt |
| wij / we | overschreeuwen |
| jullie | overschreeuwen |
| zij / ze | overschreeuwen |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | overschreeuwde |
| jij / je | overschreeuwde |
| hij / zij / het | overschreeuwde |
| wij / we | overschreeuwden |
| jullie | overschreeuwden |
| zij / ze | overschreeuwden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | overschreeuwe |
| jij / je | overschreeuwe |
| hij / zij / het | overschreeuwe |
| wij / we | overschreeuwen |
| jullie | overschreeuwen |
| zij / ze | overschreeuwen |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | overschreeuwde |
| jij / je | overschreeuwde |
| hij / zij / het | overschreeuwde |
| wij / we | overschreeuwden |
| jullie | overschreeuwden |
| zij / ze | overschreeuwden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | overschreeuw |
| jullie (archaïsch) | overschreeuwt |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | overschreeuwen |
Tegenwoordig deelwoord
| — | overschreeuwend |
Voltooid deelwoord
| — | overschreeuwd |