HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← overrijden — definition

Conjugation of overrijden

Regular CEFR C2
ˌoː.vəˈrɛi̯.də(n)

met de wielen van een voertuig over iets of iemand heen rijden. Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik overrij
jij / je overrijdt
hij / zij / het overrijdt
wij / we overrijden
jullie overrijden
zij / ze overrijden
Verleden tijd (o.v.t.)
ik overreed
jij / je overreed
hij / zij / het overreed
wij / we overreden
jullie overreden
zij / ze overreden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik overrijde
jij / je overrijde
hij / zij / het overrijde
wij / we overrijden
jullie overrijden
zij / ze overrijden
Aanvoegende wijs — verleden
ik overrede
jij / je overrede
hij / zij / het overrede
wij / we overreden
jullie overreden
zij / ze overreden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij overrij
jullie (archaïsch) overrijdt

Onbepaalde vormen

Infinitief
overrijden
Tegenwoordig deelwoord
overrijdend
Voltooid deelwoord
overreden

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary