HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← overroepen — definition

Conjugation of overroepen

Regular CEFR B2
ˌoː.vərˈru.pə(n)

voltooid deelwoord van overroepen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik overroep
jij / je overroept
hij / zij / het overroept
wij / we overroepen
jullie overroepen
zij / ze overroepen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik overriep
jij / je overriep
hij / zij / het overriep
wij / we overriepen
jullie overriepen
zij / ze overriepen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik overroepe
jij / je overroepe
hij / zij / het overroepe
wij / we overroepen
jullie overroepen
zij / ze overroepen
Aanvoegende wijs — verleden
ik overriepe
jij / je overriepe
hij / zij / het overriepe
wij / we overriepen
jullie overriepen
zij / ze overriepen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij overroep
jullie (archaïsch) overroept

Onbepaalde vormen

Infinitief
overroepen
Tegenwoordig deelwoord
overroepend
Voltooid deelwoord
overroepen

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary