Conjugation of overbelasten
/ˌoː.vər.bəˌlɑs.tə(n)/zwaarder belasten dan het systeem verdragen kan Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | overbelast |
| jij / je | overbelast |
| hij / zij / het | overbelast |
| wij / we | overbelasten |
| jullie | overbelasten |
| zij / ze | overbelasten |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | overbelastte |
| jij / je | overbelastte |
| hij / zij / het | overbelastte |
| wij / we | overbelastten |
| jullie | overbelastten |
| zij / ze | overbelastten |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | overbelaste |
| jij / je | overbelaste |
| hij / zij / het | overbelaste |
| wij / we | overbelasten |
| jullie | overbelasten |
| zij / ze | overbelasten |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | overbelastte |
| jij / je | overbelastte |
| hij / zij / het | overbelastte |
| wij / we | overbelastten |
| jullie | overbelastten |
| zij / ze | overbelastten |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | overbelast |
| jullie (archaïsch) | overbelast |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | overbelasten |
Tegenwoordig deelwoord
| — | overbelastend |
Voltooid deelwoord
| — | overbelast |