HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← orgelen — definición

Conjugation of orgelen

Regular CEFR B1
/ˈɔr.ɣə.lə(n)/

to play the organ Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik orgel
jij / je orgelt
hij / zij / het orgelt
wij / we orgelen
jullie orgelen
zij / ze orgelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik orgelde
jij / je orgelde
hij / zij / het orgelde
wij / we orgelden
jullie orgelden
zij / ze orgelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik orgele
jij / je orgele
hij / zij / het orgele
wij / we orgelen
jullie orgelen
zij / ze orgelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik orgelde
jij / je orgelde
hij / zij / het orgelde
wij / we orgelden
jullie orgelden
zij / ze orgelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij orgel
jullie (archaïsch) orgelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
orgelen
Tegenwoordig deelwoord
orgelend
Voltooid deelwoord
georgeld

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary