HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← oriënteren — definition

Conjugation of oriënteren

Regular CEFR C2
ɔ.ri.(j)ɛnˈteː.rə(n)

zich ~: inzicht trachten te verkrijgen, nagaan waar men zich bevindt, zich inwerken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik oriënteer
jij / je oriënteert
hij / zij / het oriënteert
wij / we oriënteren
jullie oriënteren
zij / ze oriënteren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik oriënteerde
jij / je oriënteerde
hij / zij / het oriënteerde
wij / we oriënteerden
jullie oriënteerden
zij / ze oriënteerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik oriëntere
jij / je oriëntere
hij / zij / het oriëntere
wij / we oriënteren
jullie oriënteren
zij / ze oriënteren
Aanvoegende wijs — verleden
ik oriënteerde
jij / je oriënteerde
hij / zij / het oriënteerde
wij / we oriënteerden
jullie oriënteerden
zij / ze oriënteerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij oriënteer
jullie (archaïsch) oriënteert

Onbepaalde vormen

Infinitief
oriënteren
Tegenwoordig deelwoord
oriënterend
Voltooid deelwoord
georiënteerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary