HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← organiseren — definition

Conjugation of organiseren

Regular CEFR B2
ˌɔrɣaniˈzerə(n)

iets, vaak een evenement, tot stand brengen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik organiseer
jij / je organiseert
hij / zij / het organiseert
wij / we organiseren
jullie organiseren
zij / ze organiseren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik organiseerde
jij / je organiseerde
hij / zij / het organiseerde
wij / we organiseerden
jullie organiseerden
zij / ze organiseerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik organisere
jij / je organisere
hij / zij / het organisere
wij / we organiseren
jullie organiseren
zij / ze organiseren
Aanvoegende wijs — verleden
ik organiseerde
jij / je organiseerde
hij / zij / het organiseerde
wij / we organiseerden
jullie organiseerden
zij / ze organiseerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij organiseer
jullie (archaïsch) organiseert

Onbepaalde vormen

Infinitief
organiseren
Tegenwoordig deelwoord
organiserend
Voltooid deelwoord
georganiseerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary