HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontzorgen — definition

Conjugation of ontzorgen

Regular CEFR B2
ˌɔntˈzɔrɣə(n)

to unburden, to take away concern Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontzorg
jij / je ontzorgt
hij / zij / het ontzorgt
wij / we ontzorgen
jullie ontzorgen
zij / ze ontzorgen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontzorgde
jij / je ontzorgde
hij / zij / het ontzorgde
wij / we ontzorgden
jullie ontzorgden
zij / ze ontzorgden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontzorge
jij / je ontzorge
hij / zij / het ontzorge
wij / we ontzorgen
jullie ontzorgen
zij / ze ontzorgen
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontzorgde
jij / je ontzorgde
hij / zij / het ontzorgde
wij / we ontzorgden
jullie ontzorgden
zij / ze ontzorgden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontzorg
jullie (archaïsch) ontzorgt

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontzorgen
Tegenwoordig deelwoord
ontzorgend
Voltooid deelwoord
ontzorgd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary