HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontzeilen — definition

Conjugation of ontzeilen

Regular CEFR B2
ˌɔntˈzɛi̯.lə(n)

zorgen dat men iets of iemand niet ontmoet Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontzeil
jij / je ontzeilt
hij / zij / het ontzeilt
wij / we ontzeilen
jullie ontzeilen
zij / ze ontzeilen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontzeilde
jij / je ontzeilde
hij / zij / het ontzeilde
wij / we ontzeilden
jullie ontzeilden
zij / ze ontzeilden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontzeile
jij / je ontzeile
hij / zij / het ontzeile
wij / we ontzeilen
jullie ontzeilen
zij / ze ontzeilen
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontzeilde
jij / je ontzeilde
hij / zij / het ontzeilde
wij / we ontzeilden
jullie ontzeilden
zij / ze ontzeilden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontzeil
jullie (archaïsch) ontzeilt

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontzeilen
Tegenwoordig deelwoord
ontzeilend
Voltooid deelwoord
ontzeild

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary