HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontzengen — definition

Conjugation of ontzengen

Regular CEFR B2
ˌɔntˈzɛ.ŋə(n)

to start to sear, burn Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontzeng
jij / je ontzengt
hij / zij / het ontzengt
wij / we ontzengen
jullie ontzengen
zij / ze ontzengen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontzengde
jij / je ontzengde
hij / zij / het ontzengde
wij / we ontzengden
jullie ontzengden
zij / ze ontzengden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontzenge
jij / je ontzenge
hij / zij / het ontzenge
wij / we ontzengen
jullie ontzengen
zij / ze ontzengen
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontzengde
jij / je ontzengde
hij / zij / het ontzengde
wij / we ontzengden
jullie ontzengden
zij / ze ontzengden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontzeng
jullie (archaïsch) ontzengt

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontzengen
Tegenwoordig deelwoord
ontzengend
Voltooid deelwoord
ontzengd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary