HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontzamelen — definition

Conjugation of ontzamelen

Regular CEFR B2
ɔntˈzaː.mə.lə(n)

to deaccession, to remove from a collection; to deacquisition Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontzamel
jij / je ontzamelt
hij / zij / het ontzamelt
wij / we ontzamelen
jullie ontzamelen
zij / ze ontzamelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontzamelde
jij / je ontzamelde
hij / zij / het ontzamelde
wij / we ontzamelden
jullie ontzamelden
zij / ze ontzamelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontzamele
jij / je ontzamele
hij / zij / het ontzamele
wij / we ontzamelen
jullie ontzamelen
zij / ze ontzamelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontzamelde
jij / je ontzamelde
hij / zij / het ontzamelde
wij / we ontzamelden
jullie ontzamelden
zij / ze ontzamelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontzamel
jullie (archaïsch) ontzamelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontzamelen
Tegenwoordig deelwoord
ontzamelend
Voltooid deelwoord
ontzameld

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary