Conjugation of ontzanden
/ɔntˈzɑndə(n)/schoonmaken door het verwijderen van overtollig zand Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | ontzand |
| jij / je | ontzandt |
| hij / zij / het | ontzandt |
| wij / we | ontzanden |
| jullie | ontzanden |
| zij / ze | ontzanden |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | ontzandde |
| jij / je | ontzandde |
| hij / zij / het | ontzandde |
| wij / we | ontzandden |
| jullie | ontzandden |
| zij / ze | ontzandden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | ontzande |
| jij / je | ontzande |
| hij / zij / het | ontzande |
| wij / we | ontzanden |
| jullie | ontzanden |
| zij / ze | ontzanden |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | ontzandde |
| jij / je | ontzandde |
| hij / zij / het | ontzandde |
| wij / we | ontzandden |
| jullie | ontzandden |
| zij / ze | ontzandden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | ontzand |
| jullie (archaïsch) | ontzandt |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | ontzanden |
Tegenwoordig deelwoord
| — | ontzandend |
Voltooid deelwoord
| — | ontzand |