Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | ontwind |
| jij / je | ontwindt |
| hij / zij / het | ontwindt |
| wij / we | ontwinden |
| jullie | ontwinden |
| zij / ze | ontwinden |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | ontwond |
| jij / je | ontwond |
| hij / zij / het | ontwond |
| wij / we | ontwonden |
| jullie | ontwonden |
| zij / ze | ontwonden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | ontwinde |
| jij / je | ontwinde |
| hij / zij / het | ontwinde |
| wij / we | ontwinden |
| jullie | ontwinden |
| zij / ze | ontwinden |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | ontwonde |
| jij / je | ontwonde |
| hij / zij / het | ontwonde |
| wij / we | ontwonden |
| jullie | ontwonden |
| zij / ze | ontwonden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | ontwind |
| jullie (archaïsch) | ontwindt |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | ontwinden |
Tegenwoordig deelwoord
| — | ontwindend |
Voltooid deelwoord
| — | ontwonden |