HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontwoelen — definition

Conjugation of ontwoelen

Regular CEFR B2
ˌɔntˈʋu.lə(n)

to churn loose, to turn loose Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontwoel
jij / je ontwoelt
hij / zij / het ontwoelt
wij / we ontwoelen
jullie ontwoelen
zij / ze ontwoelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontwoelde
jij / je ontwoelde
hij / zij / het ontwoelde
wij / we ontwoelden
jullie ontwoelden
zij / ze ontwoelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontwoele
jij / je ontwoele
hij / zij / het ontwoele
wij / we ontwoelen
jullie ontwoelen
zij / ze ontwoelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontwoelde
jij / je ontwoelde
hij / zij / het ontwoelde
wij / we ontwoelden
jullie ontwoelden
zij / ze ontwoelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontwoel
jullie (archaïsch) ontwoelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontwoelen
Tegenwoordig deelwoord
ontwoelend
Voltooid deelwoord
ontwoeld

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary