HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontwijden — definition

Conjugation of ontwijden

Regular CEFR B2
ˌɔntˈʋɛi̯.də(n)

iets of iemand van zijn heiligheid ontdoen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontwijd
jij / je ontwijdt
hij / zij / het ontwijdt
wij / we ontwijden
jullie ontwijden
zij / ze ontwijden
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontwijdde
jij / je ontwijdde
hij / zij / het ontwijdde
wij / we ontwijdden
jullie ontwijdden
zij / ze ontwijdden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontwijde
jij / je ontwijde
hij / zij / het ontwijde
wij / we ontwijden
jullie ontwijden
zij / ze ontwijden
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontwijdde
jij / je ontwijdde
hij / zij / het ontwijdde
wij / we ontwijdden
jullie ontwijdden
zij / ze ontwijdden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontwijd
jullie (archaïsch) ontwijdt

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontwijden
Tegenwoordig deelwoord
ontwijdend
Voltooid deelwoord
ontwijd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary