HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontwellen — definition

Conjugation of ontwellen

Regular CEFR B2
ˌɔntˈʋɛ.lə(n)

ontspringen van een beek Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontwel
jij / je ontwelt
hij / zij / het ontwelt
wij / we ontwellen
jullie ontwellen
zij / ze ontwellen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontwelde
jij / je ontwelde
hij / zij / het ontwelde
wij / we ontwelden
jullie ontwelden
zij / ze ontwelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontwelle
jij / je ontwelle
hij / zij / het ontwelle
wij / we ontwellen
jullie ontwellen
zij / ze ontwellen
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontwelde
jij / je ontwelde
hij / zij / het ontwelde
wij / we ontwelden
jullie ontwelden
zij / ze ontwelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontwel
jullie (archaïsch) ontwelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontwellen
Tegenwoordig deelwoord
ontwellend
Voltooid deelwoord
ontweld

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary