Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | ontwek |
| jij / je | ontwekt |
| hij / zij / het | ontwekt |
| wij / we | ontwekken |
| jullie | ontwekken |
| zij / ze | ontwekken |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | ontwekte |
| jij / je | ontwekte |
| hij / zij / het | ontwekte |
| wij / we | ontwekten |
| jullie | ontwekten |
| zij / ze | ontwekten |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | ontwekke |
| jij / je | ontwekke |
| hij / zij / het | ontwekke |
| wij / we | ontwekken |
| jullie | ontwekken |
| zij / ze | ontwekken |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | ontwekte |
| jij / je | ontwekte |
| hij / zij / het | ontwekte |
| wij / we | ontwekten |
| jullie | ontwekten |
| zij / ze | ontwekten |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | ontwek |
| jullie (archaïsch) | ontwekt |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | ontwekken |
Tegenwoordig deelwoord
| — | ontwekkend |
Voltooid deelwoord
| — | ontwekt |