HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontvlieden — definition

Conjugation of ontvlieden

Regular CEFR B2
ɔntˈvlidə(n)

ontvluchten, ontwijken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontvlied
jij / je ontvliedt
hij / zij / het ontvliedt
wij / we ontvlieden
jullie ontvlieden
zij / ze ontvlieden
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontvlood
jij / je ontvlood
hij / zij / het ontvlood
wij / we ontvloden
jullie ontvloden
zij / ze ontvloden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontvliede
jij / je ontvliede
hij / zij / het ontvliede
wij / we ontvlieden
jullie ontvlieden
zij / ze ontvlieden
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontvlode
jij / je ontvlode
hij / zij / het ontvlode
wij / we ontvloden
jullie ontvloden
zij / ze ontvloden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontvlied
jullie (archaïsch) ontvliedt

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontvlieden
Tegenwoordig deelwoord
ontvliedend
Voltooid deelwoord
ontvloden

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary