HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontvliegen — definición

Conjugation of ontvliegen

Regular CEFR B2
/ˌɔntˈvli.ɣə(n)/

to fly away, to escape by flying Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontvlieg
jij / je ontvliegt
hij / zij / het ontvliegt
wij / we ontvliegen
jullie ontvliegen
zij / ze ontvliegen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontvloog
jij / je ontvloog
hij / zij / het ontvloog
wij / we ontvlogen
jullie ontvlogen
zij / ze ontvlogen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontvliege
jij / je ontvliege
hij / zij / het ontvliege
wij / we ontvliegen
jullie ontvliegen
zij / ze ontvliegen
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontvloge
jij / je ontvloge
hij / zij / het ontvloge
wij / we ontvlogen
jullie ontvlogen
zij / ze ontvlogen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontvlieg
jullie (archaïsch) ontvliegt

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontvliegen
Tegenwoordig deelwoord
ontvliegend
Voltooid deelwoord
ontvlogen

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary