Conjugation of onttoveren
/ˌɔntˈtoː.və.rə(n)/ontdoen van een betovering; teleurstellen Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | onttover |
| jij / je | onttovert |
| hij / zij / het | onttovert |
| wij / we | onttoveren |
| jullie | onttoveren |
| zij / ze | onttoveren |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | onttoverde |
| jij / je | onttoverde |
| hij / zij / het | onttoverde |
| wij / we | onttoverden |
| jullie | onttoverden |
| zij / ze | onttoverden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | onttovere |
| jij / je | onttovere |
| hij / zij / het | onttovere |
| wij / we | onttoveren |
| jullie | onttoveren |
| zij / ze | onttoveren |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | onttoverde |
| jij / je | onttoverde |
| hij / zij / het | onttoverde |
| wij / we | onttoverden |
| jullie | onttoverden |
| zij / ze | onttoverden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | onttover |
| jullie (archaïsch) | onttovert |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | onttoveren |
Tegenwoordig deelwoord
| — | onttoverend |
Voltooid deelwoord
| — | onttoverd |