HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← onttijgen — definición

Conjugation of onttijgen

Regular CEFR B2
/ɔnˈtɛi̯.ɣə(n)/

to escape, to go away Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik onttijg
jij / je onttijgt
hij / zij / het onttijgt
wij / we onttijgen
jullie onttijgen
zij / ze onttijgen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik onttoog
jij / je onttoog
hij / zij / het onttoog
wij / we onttogen
jullie onttogen
zij / ze onttogen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik onttijge
jij / je onttijge
hij / zij / het onttijge
wij / we onttijgen
jullie onttijgen
zij / ze onttijgen
Aanvoegende wijs — verleden
ik onttoge
jij / je onttoge
hij / zij / het onttoge
wij / we onttogen
jullie onttogen
zij / ze onttogen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij onttijg
jullie (archaïsch) onttijgt

Onbepaalde vormen

Infinitief
onttijgen
Tegenwoordig deelwoord
onttijgend
Voltooid deelwoord
onttogen

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary