HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← onttakelen — definition

Conjugation of onttakelen

Regular CEFR B2
ˌɔntˈtaː.kə.lə(n)

het van een (zeil-)schip verwijderen of verliezen van tuig en uitrusting: masten, laadbomen, staand en lopend want, verlichting enz. Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik onttakel
jij / je onttakelt
hij / zij / het onttakelt
wij / we onttakelen
jullie onttakelen
zij / ze onttakelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik onttakelde
jij / je onttakelde
hij / zij / het onttakelde
wij / we onttakelden
jullie onttakelden
zij / ze onttakelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik onttakele
jij / je onttakele
hij / zij / het onttakele
wij / we onttakelen
jullie onttakelen
zij / ze onttakelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik onttakelde
jij / je onttakelde
hij / zij / het onttakelde
wij / we onttakelden
jullie onttakelden
zij / ze onttakelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij onttakel
jullie (archaïsch) onttakelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
onttakelen
Tegenwoordig deelwoord
onttakelend
Voltooid deelwoord
onttakeld

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary