Conjugation of ontsuikeren
/ˌɔntˈsœy̯.kə.rə(n)/to desugar, to remove sugar from Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | ontsuiker |
| jij / je | ontsuikert |
| hij / zij / het | ontsuikert |
| wij / we | ontsuikeren |
| jullie | ontsuikeren |
| zij / ze | ontsuikeren |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | ontsuikerde |
| jij / je | ontsuikerde |
| hij / zij / het | ontsuikerde |
| wij / we | ontsuikerden |
| jullie | ontsuikerden |
| zij / ze | ontsuikerden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | ontsuikere |
| jij / je | ontsuikere |
| hij / zij / het | ontsuikere |
| wij / we | ontsuikeren |
| jullie | ontsuikeren |
| zij / ze | ontsuikeren |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | ontsuikerde |
| jij / je | ontsuikerde |
| hij / zij / het | ontsuikerde |
| wij / we | ontsuikerden |
| jullie | ontsuikerden |
| zij / ze | ontsuikerden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | ontsuiker |
| jullie (archaïsch) | ontsuikert |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | ontsuikeren |
Tegenwoordig deelwoord
| — | ontsuikerend |
Voltooid deelwoord
| — | ontsuikerd |