HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontslaan — definición

Conjugation of ontslaan

Regular CEFR B1
/ˌɔntˈslaːn/

de arbeidsovereenkomst beëindigen van, meestal wegens onbekwaamheid of wangedrag van de werknemer Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontsla
jij / je ontslaat
hij / zij / het ontslaat
wij / we ontslaan
jullie ontslaan
zij / ze ontslaan
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontsloeg
jij / je ontsloeg
hij / zij / het ontsloeg
wij / we ontsloegen
jullie ontsloegen
zij / ze ontsloegen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontsla
jij / je ontsla
hij / zij / het ontsla
wij / we ontslaan
jullie ontslaan
zij / ze ontslaan
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontsloege
jij / je ontsloege
hij / zij / het ontsloege
wij / we ontsloegen
jullie ontsloegen
zij / ze ontsloegen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontsla
jullie (archaïsch) ontslaat

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontslaan
Tegenwoordig deelwoord
ontslaand
Voltooid deelwoord
ontslagen

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary