HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontrijzen — definition

Conjugation of ontrijzen

Regular CEFR B2
ˌɔntˈrɛi̯.zə(n)

to arise, to rise up, begin to rise Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontrijs
jij / je ontrijst
hij / zij / het ontrijst
wij / we ontrijzen
jullie ontrijzen
zij / ze ontrijzen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontrees
jij / je ontrees
hij / zij / het ontrees
wij / we ontrezen
jullie ontrezen
zij / ze ontrezen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontrijze
jij / je ontrijze
hij / zij / het ontrijze
wij / we ontrijzen
jullie ontrijzen
zij / ze ontrijzen
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontreze
jij / je ontreze
hij / zij / het ontreze
wij / we ontrezen
jullie ontrezen
zij / ze ontrezen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontrijs
jullie (archaïsch) ontrijst

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontrijzen
Tegenwoordig deelwoord
ontrijzend
Voltooid deelwoord
ontrezen

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary