HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ontroeren — definición

Conjugation of ontroeren

Regular CEFR B2
/ˌɔntˈru.rə(n)/

gevoelens van medeleven, vertedering of getroffenheid oproepen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ontroer
jij / je ontroert
hij / zij / het ontroert
wij / we ontroeren
jullie ontroeren
zij / ze ontroeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ontroerde
jij / je ontroerde
hij / zij / het ontroerde
wij / we ontroerden
jullie ontroerden
zij / ze ontroerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ontroere
jij / je ontroere
hij / zij / het ontroere
wij / we ontroeren
jullie ontroeren
zij / ze ontroeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik ontroerde
jij / je ontroerde
hij / zij / het ontroerde
wij / we ontroerden
jullie ontroerden
zij / ze ontroerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ontroer
jullie (archaïsch) ontroert

Onbepaalde vormen

Infinitief
ontroeren
Tegenwoordig deelwoord
ontroerend
Voltooid deelwoord
ontroerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary